Het was vrijdagmiddag, 9 januari, toen de telefoon ging en ik de assistente van de huisarts eraan kreeg: ‘U heeft afgelopen maandag deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. Er is iets gevonden en het hoeft niet iets ernstigs te zijn, maar het moet wel verder onderzocht worden.’ Of ik diezelfde middag nog even langs wilde komen.
Ik kan me nog goed herinneren, dat ik aan Frans vroeg om me even in mijn arm te knijpen. Diezelfde ochtend had hij mij namelijk verteld, dat hij de dag ervoor een functioneringsgesprek had gehad. Volgens zijn leidinggevende ontbrak het Frans aan bepaalde vaardigheden die volgens haar belangrijk waren voor de betreffende functie. Ik was met stomheid geslagen. Had er geen moment aan gedacht, dat dit een keer zou kunnen gebeuren. Hij was zichtbaar aangeslagen, teleurgesteld.
In plaats van in huilen uit te barsten, wat ik eigenlijk had verwacht van mezelf als dit op ons pad zou komen, bleef ik verbazingwekkend rustig. ‘Pffff… als ze jou niet meer willen, dan wil je daar toch niet meer blijven. Er komt vast wel iets op jouw pad, dat beter bij je past.’ Dus na het telefoontje van die middag hadden we beide zoiets van, ‘Wat is dit?’
Diezelfde middag ben ik naar de huisarts gewandeld. Ze stelde me op mijn gemak en vertelde dat er op de mammografie twee kleine calcificaties te zien waren in mijn linkerborst. Meestal is het niets verontrustend, maar soms kan hier ook een voorloper van borstkanker in zitten. Ik zou diezelfde middag of de maandag erop een telefoontje krijgen van de mammapoli.
Ik kreeg een brochure over borstkanker mee naar huis, waarin duidelijk werd uitgelegd welke onderzoeken er bij de eerste afspraak aan bod zouden (kunnen) komen. Die middag hoorde ik niets meer. De maandag erop lag de brief op de mat. De eerste afspraak was gepland op woensdagmiddag 14 januari in Venray. In de brief werd aangeraden iemand mee te nemen. Natuurlijk ging Frans mee.
We werden die woensdagmiddag opgehaald door mammacare-verpleegkundige Monique, die ons meenam naar de behandelend arts, de heer Aarts. Een vriendelijke man, die ons op ons gemak stelde en vertelde welke onderzoeken er die dag plaats zouden gaan vinden. Dit had ik natuurlijk ook al in de brochure gelezen, maar vond de herhaling toch fijn.
Allereerst werd ik door de arts lichamelijk onderzocht. In mijn beide borsten en oksels vond hij geen onregelmatigheden. Daarna volgde een afspraak bij de radioloog voor opnieuw een mammografie en een echo. De uitslagen zouden we later op die dag samen met de arts en verpleegkundige bespreken. Met het maken van een mammografie was ik nu dus bekend en ik dacht op dat moment alleen maar, goed dat het nu zo goed wordt onderzocht.
Vervolgens gingen we samen naar een andere ruimte en werden we voorgesteld aan de heer Post, radioloog. Hij bekeek de mammografieën en beaamde weer de twee calcificaties in mijn linkerborst. ‘Oké’, vervolgde hij: ‘Laten we eens gaan kijken wat de echo ons laat zien en ik zal er maar meteen bij zeggen, dat ik graag hardop zeg wat ik zie en denk.’ Dit vond ik zelf ook fijn. Dan had ik tenminste het idee dat ik alles meekreeg, maar ervaring leert dat het toch fijn is als je iemand bij je hebt die ook meeluistert want alles zelf meekrijgen lukt toch niet.
Dus in plaats van dat de geleidingsgel, die je als vrouw op je buik uitgesmeerd krijgt als er een echo van je ongeboren kind wordt gemaakt, wat toch altijd weer een spannend en mooi moment is, werd het goedje nu op mijn linkerborst uitgeknepen, een alles behalve mooi moment en ging de radioloog systematisch te werk. De calcificaties vond hij niet. Daarentegen stuitte zijn ervaren oog op iets anders, een zwart vlekje, dat niet in het patroon thuishoorde. Ik zag wel meer zwarte vlekken, maar ik ben dan ook geen radioloog. ‘Hmm…, die vind ik er vervelend uitzien’, zei hij en met een cursor berekende hij dat de grootte 0,7 cm was.
Voor de andere twee plekjes stelde hij voor om een nieuwe afspraak te maken voor een MRI-scan en een stereotactische punctie. Van het plekje dat hij nu met de echo had gezien kon hij wel enkele puncties nemen en dat stelde hij dus ook voor. De uitslag zou ik een week later krijgen. Ik werd plaatselijk verdoofd en kon op het scherm meekijken. Ik keek mee, voelde wel wat, maar het deed geen pijn. Er ging van alles door mijn hoofd. Van ‘het zal toch niet waar zijn!’ tot ‘nee, niet in paniek raken, er is nog niks aan de hand.’ Maar het zinnetje ‘Die vind ik er vervelend uitzien,’ liet mij niet los. ‘Ik denk dat de chirurg ook verbaasd zal zijn over de echo,’ voegde hij eraan toe. Ook deze zin heeft mij die hele week op het ergste voorbereid. Toch heb ik deze directheid kunnen waarderen. Ik had er houvast aan.
Terug bij de chirurg en de mammacare-verpleegkundige, die hun bezorgdheid niet onder stoelen of banken schoven. Voor mij voelde het allemaal nog erg onwerkelijk aan. Alsof het niet over mij ging, maar over iemand die achter mij zat. Zo heb ik het nog lang ervaren. De afspraak voor de uitslag werd gemaakt voor de week erna. De afspraken voor de MRI-scan en stereotactische punctie volgden een week na de uitslag op de woensdag en donderdag. Dus met in totaal drie nieuwe afspraken verlieten we het ziekenhuis.
Ik vertelde de arts en verpleegkundige dat ik het komend weekend naar IJsland ging. Dat dit een goede afleiding zou zijn om deze onzekere week te overbruggen. In december hadden Hella, mijn beste vriendin en ik dit weekendje geboekt om onze lange vriendschap en ons jubileumjaar te gaan vieren. We worden dit jaar beiden vijftig. Zowel de arts als de verpleegkundige wensten me een heel fijn weekend en zeiden dat ik er echt van moest gaan genieten.

mooie blog Claudia!!! Joke