Una Odissea boven The Odyssey

Er is al veel geschreven en gezegd over Christopher Nolans film The Odyssey. Wat dat aangaat heeft het weinig zin om hier nog iets aan toe te voegen. Wel is het een goede reden voor mij om de muzikale versie Una Odissea van het Nederlands Blazers Ensemble and Accordone uit de kast te pakken en naar te luisteren. Met gesloten ogen brengt het me weer terug naar juli 2005 toen ik dit concert tijdens Klassiek op locatie bijwoonde. De zang, de blazers, het slagwerk, de locatie, alles samen was zo overweldigend en als ik daaraan terugdenk, dan voel ik weer dat deze muzikale reis toen meer indruk op mij maakte dan de film die ik vorige maand in de bioscoop zag. En wat ben ik blij dat ik toen, enthousiast als ik was, de cd meteen heb gekocht en nu het bijgevoegde tekstboekje kan doorlezen. Het begint al meteen goed, alsof er in 3000 jaar niks veranderd is, schreef Homerus:

De mens hecht eerder geloof
aan een duizendmaal herhaalde leugen
dan aan een waarheid
die hij voor het eerst hoort.

Over Una Odissea
De reis (naar Ithaca) en de omzwervingen van Odysseus zijn metaforen voor de zoektocht naar onszelf. Odysseus spreekt tot de verbeelding van ons, moderne mensen, met onze behoefte aan zekerheden. Hij neemt ons mee op een reis waarvan het doel alleen maar bereikt kan worden als we afzien van dat wat ons het dierbaarst is: de zekerheid van een veilige route, de troost van vrienden en metgezellen, en last but not least onze eigen naam. De tegenslagen en moeilijkheden waarop Niemand (Nessuno) stuit tijdens zijn omzwervingen, zijn de tegenslagen en moeilijkheden die wijzelf, dag na dag, jaar na jaar, tegenkomen, hopend dat wij ons eigen Ithaca zullen vinden.

Ik wil graag de finale met jullie delen, omdat ik dit een van de allermooiste klassieke composities vind. Daarnaast biedt het troost en hoop en dat is iets dat we in deze tijd goed kunnen gebruiken, niet waar?

Lettera da Itaca / Brief uit Ithaca
Het laatst beeld: een musje hupt rond op zoek naar voedsel en drinkt uit de holte van een steen, onwetend van de Koning van Ithaca en zijn omzwervingen, onwetend van de pijn en het bloed dat vergoten is. “Maar hoe mooi, hoe heerlijk is de liefde voor het leven!” dat zijn de laatste woorden van de man Odysseus.

“L’autrieri osservava
taliannu nu passareddu,
Supra di li rami
tra l’ivia e minnuliti,
Trippava, cantava,
mmenz’i fogghi caminava,
Cu lu so’ ntunato fischio ‘na
meludia quant’era duci

Respirava felici la terra,
lu ventu e l’occhi mei,
Quasi quasi di chistu
mi sentia ju gelusu.
Ma quant’e bello,
quant’è duci st’ammuri!

Poi scinniu ‘nterra,
s’abbicina nta ‘na fussetta
Piegannusi stannu attentu a
tuttu chiddu chi facia
Satanno ch’abbanna e d’abbanna,
come pi iddu fussi un puzzu,
Nu puzzu chini d’acqua
era un bucu di una pietra.
Ma quant’e bello,
quant’è duci st’ammuri!

Un filu d’erba tineva,
appizzatu nna llu beccu,
lutannusi cu lu piduzzu,
muvennu a testa s”u livò,
Subito pigghia ‘u volu,
nna lu celu gudeva,
Lu farisi accarizzari
di la matri so’ Natura,
Godi amuri miu,
ni la luci di lu Suli,
Ma quant’e bellu,
quant’è duci st’ammuri!”


“Laatst heb ik een lange tijd
gekeken naar een vogel
op de takken van de olijven
en de amandelbomen.
Hij trippelde en kwetterde
en sprong van tak naar tak
en zijn gefluit klonk
als een lieflijk lied.

De aarde en de wind genoten
en mijn ogen ook.
Ik was bijna afgunstig
op zijn manier van leven.
Wat mooi, wat heerlijk
is de liefde voor het leven!


Hij daalde naar de grond,
liep naar een plasje water
en boog zich ernaartoe,
aandachtig bij alles wat hij deed.
Hij hopte drinkend heen en weer.
Voor hem was dat een waterput,
een diepe put vol water,
die holte in een grote platte steen.
Wat mooi, wat heerlijk
is de liefde voor het leven!

De vogel had een grasspriet
in zijn snavel
en haalde die er
met zijn pootje uit.
Toen vloog hij weg,
en in de lucht genoot hij
van de liefkozingen
van zijn Moeder Natuur.
Geniet, mijn liefste,
van het warme zonlicht.
Wat mooi, wat heerlijk
is de liefde voor het leven!


Una Odissea is in opdracht van het Nederlands Blazers Ensemble geschreven en gecomponeerd door Marco Beasley en Guido Morini. De finale wordt gezongen door Alfio Antico en Marco Beasley.

Waar blijven de protestsongs?

Het is zes jaar geleden dat ik een laatste blog op mijn site Gekleurde noten en zwarte letters schreef. Ik heb het al die tijd niet meer opgepakt, maar wil dit nu weer gaan doen. Waarom heb ik al die jaren niet meer geschreven – behalve thuis in een notitieboekje – en waarom wil ik het nu weer oppakken? Schrijven doe je in de eerste plaats voor jezelf, omdat je zo woorden geeft aan je gedachten. En dan is het vervolgens leuk als je anderen bereikt die jouw schrijfsels lezen en hier iets van vinden. Maar mijn keuze om verschillende sociale media te verlaten had natuurlijk ook gevolgen en dat wist ik ook. 

Helemaal zonder sociale media is anno 2026 mogelijk, maar het beperkt je dus heb ik een paar maanden geleden een account gemaakt in Bluesky. En om een antwoord op mijn tweede vraag te geven, ik kan mijn stukjes weer delen. Heel fijn! Er gebeurt de afgelopen jaren zo veel in de wereld, dat ik het zo af en toe uit zou willen schreeuwen, maar ja, die machteloosheid zie ik bij meer mensen.

Waar ik moeite mee heb, is dat ik ook veel gelatenheid zie. Met de wereld gaat het slecht, met mij gaat het goed – Après moi le déluge. Waarom zijn zo veel mensen passief? Waar blijven de protestsongs? Waarom komen zo veel mensen ermee weg om onzin uit te kramen? Waarom gaan sommige mensen vier keer per jaar op vakantie en vinden ze ook nog dat ze daar recht op hebben?

En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, maar ik denk dat ik mijn punt wel heb gemaakt. Ik probeer de wereld te begrijpen en personen als Maarten van Rossem, Tim Fransen en mijn partner Frans Kuijpers, de Ballonnendoorprikker,  helpen mij daarbij.  Misschien moet ik er niet op gaan zitten wachten, die protestsongs, maar er zelf aan beginnen. Heb eigenlijk inspiratie genoeg, dus wat let me?

Love, Lioubov, Amour

Een mooi boek, een prachtig lied of een bijzondere film deel je graag met je vrienden. Maar soms zijn er boeken, liedjes of films die je niet alleen met hen maar met de wereld zou willen delen, omdat iedereen ze zou moeten lezen, horen of zien. Omdat ze je aan het denken zetten, wakker schudden of soms zelfs doen kantelen. De afgelopen weken heb ik drie bijzondere documentaires bekeken. Documentaires van Nederlandse bodem die veel gemeenschappelijk hebben. Een zoektocht naar vragen en antwoorden. Verwarring. Wanhoop en hoop. Ik heb het over De puinhopen van Irak, Terug naar de Akbarstraat en Het Israël van Heertje en Bromet.

banksy

Banksy

In De puinhopen van Irak gaat de Nederlands-Palestijnse Sakir Khader op zoek naar verhalen van de gewone Irakees. Hoe vergaat het hen in dit verbrokkelde en vergeten land? In de eerste aflevering vertelt Sakir over een van zijn grootvaders, een fervent Saddam aanhanger. Dat hij de enige leider in de Arabische landen was waar de Palestijnen op konden rekenen. Sakir kreeg die verhalen er met de paplepel ingegoten. Maar op de basisschool werd hij geconfronteerd met een ander verhaal. Het verhaal van een klasgenoot die samen met zijn ouders was gevlucht uit het Irak van Saddam. Verwarring.

In Terug naar de Akbarstraat keert Felix Rottenberg, zoals de titel al doet vermoeden, na twintig jaar terug naar de Akbarstraat in Amsterdam. In dit tweeluik blikt hij terug op de documentaire die hij twee decennia daarvoor heeft gemaakt. Hoe gaat het nu met de wijk? Met de kinderen die nu volwassenen zijn geworden? Klopt het verhaal dat hij toen vertelde wel? Of moet hij toch het een en ander bijstellen?

En in Het Israël van Heertje en Bromet gaan beide mannen, Joods van oorsprong, op zoek naar verhalen van Israëlieten. Van zowel Palestijnen als Joden. Raoul heeft er tijdens zijn studie, zo’n dertig jaar geleden, verschillende jaren gewoond en daarna de keuze gemaakt om terug naar Nederland te keren, omdat hij zich niet kon vinden in de Israëlische politiek. Hij vraagt zich nu af of hij toen een goede keuze heeft gemaakt. 

Wat deze documentaires alle drie zo bijzonder maakt, is dat ze duidelijk laten zien dat er nooit één verhaal is, maar dat iedereen zijn eigen verhaal heeft. En ook dat verhalen meerdere gezichten hebben. Een mooie, soms ietwat geromantiseerde zijde, maar ook een duistere, slinkse kant. Al naar gelang het uitkomt. Ik ben er heilig van overtuigd, alhoewel heilig hier eigenlijk misplaatst is, dat in de gehele geschiedenis van de mensheid geloven meer ellende hebben gebracht dan dat ze aan positiviteit hebben bijgedragen. Met dit gegeven kunnen we niks. Mensen zullen blijven geloven. Maar in de laatste aflevering van Heertje en Bromet verwoordt een Palestijnse vader, die zijn dochter door Israëlische beschietingen heeft verloren, maar de negatieve geweldsspiraal doorbreekt, het helder: ‘We kennen elkaar niet. We gaan blind af op de verhalen die we kennen, die van onze ouders en voorouders. Het enige dat hier verandering in kan brengen is kennis. Goed onderwijs.’

Ik denk aan de poster die ik vroeger op mijn slaapkamer op zolder had hangen. Geweld eindigt waar liefde begint en luister naar het nummer Love, Lioubov, Amour van Les Poppys dat ik nog op vinyl heb. Dit lied straalt hoop uit. Dat de vrede ooit zal overwinnen. En ook al laat het nieuws mij Non non rien a changé, tout tout a continué zien, weiger ik me daarbij neer te leggen. Daar hebben de documentaires de afgelopen weken zeker aan bijgedragen. 

geweldeindigtwaarliefdebegint


Love love love dit-on en Amérique
Lioubov en Russie Soviétique
Amour aux 4 coins de France
Moi je crois crois crois
Qu’avec tous ces mots-là là là
La paix enfin aura
Un jour sa chance


Leonid qui habite Moscou
Est monté dans sa Troïka
Et a acheté du caviar
Et de la vodka a a
De chez Pouchkine
Tandis que Richard de Washington
A pris des hamburgers par tonnes
Et Georges à Paris
A cueilli des fleurs
Et tous 3 sont allés en Chine


C’était une surprise-partie
On a dansé toute la nuit, hé
De temps en temps
On peut bien
Rire entre voisins ha ha
Voisins de Terre
C’était une soirée à Pékin
Où se retrouvaient de vieux copains
Qui aiment rire boire et chanter
Mais qui n’aiment pas faire la guerre

Niet ambitieus. Of toch wel?

Voelde me als een vis in het water tussen mijn cursisten en de cursisten voelden zich op hun gemak en veilig in mijn lokaal. Mijn lokaal waar ik het liefst zo min mogelijk gebruik maakte van de saaie lesmethoden met hun woordenlijsten en grammatica, maar door middel van muziek en het internet probeerde om contact te maken met eenieder van hen. Hen te enthousiasmeren voor de Nederlandse taal en simpelweg een leuke les te geven. Van het echt contact maken genoot ik het meest. Bijvoorbeeld als cursisten na het horen van het lied Fiets van Herman van Veen eerst zeiden: ‘Ik begrijp het niet’, maar na uitleg van de verschillende nieuwe woorden met veel herkenning de vijver, weerspiegelen, het riet en fluisteren in hun werkboek schreven en uiteindelijk zachtjes meezongen.

Hé, kleine meid op je kinderfiets
Je lacht en je zwaait naar een zwaan
en de vijver weerspiegelt je witte jurk
en het riet fluistert je naam.

Schermafbeelding 2018-01-03 om 13.23.31

Of als ik in de pauze tussen hen in ging zitten en samen een kop koffie dronk. Dan ontstonden soms leuke, mooie of ontroerende gesprekken. Over heimwee naar het prachtige land dat Syrië ooit was, over Sara die hier geboren is of over de examens waarvoor we oefenden en de meeste van hen zich zorgen maakten. Zoals ik al schreef, voelde ik me als een vis in het water tussen mijn cursisten, maar niet langer in het inburgeringstraject waarvan ik deel uitmaakte. Met het bijna afronden van mijn bevoegdheid NT2 (Nederlands als tweede taal), hijgend in mijn nek, rees bij mij de vraag, wil ik dit eigenlijk wel? Onderdeel uitmaken van beleid dat is bedacht om emigratie naar Nederland te ontmoedigen. Waar sommige nieuwkomers het ver schoppen, da’s mooi, maar de meeste van hen, getraumatiseerd en gefrustreerd, moeite hebben om hier een nieuw bestaan op te bouwen.

Ik mis mijn cursisten en mijn collega’s. Vraag me af hoe het met hen gaat. Maar spijt heb ik niet. Ik zou de opleiding nu af kunnen maken en me kunnen richten op een andere doelgroep. Studenten of expats, maar daar ligt mijn hart niet. Ik zou een nieuwe leermethode kunnen gaan bedenken, ideeën genoeg, maar daar verander ik het beleid niet mee en dat kan altijd nog. Als ik het internet afstruin op zoek naar werk met vluchtelingen, worden buiten de betaalde docenten haast alleen vrijwilligers gevraagd. Zelfs voor banen met een HBO werk- en denkniveau. Dus dan zou ik als hoog opgeleide niets verdienen met een baan als maatschappelijk begeleider of coördinator taalcoach. Belachelijk!

Ik ben niet ambitieus als het om geld gaat. Ik wil graag onafhankelijk zijn, mezelf kunnen redden maar dat gaat me niet lukken met een baan als vrijwilliger. Dus dan maar een ambitieus idee. Een multifunctionele ontmoetingsplek in de binnenstad van mijn stad Venlo. Geen suf buurthuis in een aftands pand gerund door louter vrijwilligers en afhankelijk van subsidies, maar een aantrekkelijk, uitnodigend en laagdrempelig complex gefinancierd door Venlose bedrijven die willen investeren in het welzijn van haar inwoners, bedrijven met een sociaal hart. Hoe dit eruit gaat zien weet ik ook nog niet. Ik zou het leuk vinden om met mensen in contact te komen die hier met mij over willen brainstormen. En, oh ja…. ik heb al een naam. Het gevolg van mijn eigen doorgeslagen enthousiasme, de Kómpenie.

 

 

Geen woorden

Sinds een week of twee wordt er bij ons in de straat gewerkt. Het trottoir, waar volgens mij niks mis mee was, wordt vervangen. De oude wat kiezelachtige betonnen tegels zijn in de helft van de straat al vervangen door gladde. De mannen werken van ’s ochtends vroeg tot een uur of vijf in de namiddag. Doordat de temperatuur al een paar keer onder nul is geweest, hebben de werkzaamheden vertraging opgelopen, maar dat mag de pret niet drukken. Vanuit een van de busjes waarin de mannen tijdens de pauze ‘een bakkie doen’ klinkt de afgelopen weken Sky Radio en is Last Christmas van Wham minstens vijftien keer voorbij gekomen. En nu ze deze week aan het einde van de straat bezig zijn, begin ik ze bijna te missen.

betontegels-15x30-cm-onlinebetonstenen

Wat was het contrast begin deze week groot. Dinsdagochtend in veertig minuten van een happy ‘All I want for Christmas is you-sfeer’ tot de realiteit van mijn cursisten, Aleppo. Ik voelde de spanning al in de auto onderweg. De berichten van Radio 1 voorspelden niet veel goeds. De berichten in de dagen daaraan vooraf evenmin. Ik had niet goed geslapen en het huilen stond me, met mijn gedachten aan al het leed in die stad en mijn cursisten, nader dan het lachen. Ik wreef de opkomende tranen weg. Kom op, zei ik tegen mezelf, mijn tranen veranderen niets aan de situatie daar. Maar toen de eerste cursisten, zichtbaar aangeslagen, binnendruppelden en een van hen, Mohammad, meteen in het Engels, omdat hij zich daar toch makkelijker in kan uitdrukken, begon te vertellen over de slachting die er die maandag had plaatsgevonden, ’He has killed all of them, men, women and children,’ en met ‘he’ doelde op Assad, kon ik mijn tranen niet meer bedwingen en alleen maar uitbrengen dat ik geen woorden had. Dat ik me verschrikkelijk machteloos voelde. Dat ik het niet begreep.

Ik heb het geprobeerd. Het willen begrijpen waar het over gaat, maar het is niet te begrijpen. Het is, zoals een van de cursisten zegt, een spel met heel veel spelers. Met heel veel belangen. Diezelfde dag waren de straatwerkers bij thuiskomst al naar huis. Daags erna werd ik wakker met Do they know it’s Christmas time. Daar had ik niet zo’n zin meer in. Er was maar een lied dat paste bij mijn gevoel van machteloosheid, The great gig in the sky van Pink Floyd, zonder woorden.

Niet voor hun lol hier

Wekenlang was de vrijdagavond mijn moment. Mijn blog, mijn YouTube, mijn glaasje wijn. Maar sinds ik in juni weer werkzaam ben als docent Nederlands als tweede taal, heb ik me daarop gestort en kwam mijn liefde voor het schrijven en zo ‘mijn moment’ in de verdrukking. Ik telde weer mee, met nieuwe collega’s, nieuwe cursisten. Cursisten voornamelijk uit Syrië en Eritrea. Ik ben begonnen met drie groepen, waarvan twee het inburgering- en één het staatsexamen-traject volgen. Sinds een week of twee knaagt het weer aan me, de behoefte om te schrijven, omdat mijn hart huilt. Omdat ik mijn altijd lachende en vriendelijke cursisten zie verstommen. Door een oorlog die hen zelfs op grote afstand in hun greep heeft. ‘Mijn neef is dood en ik was bij mijn familie?’ antwoordt een lijkwitte Subhi op de vraag waarom hij twee weken niet in de les was. ‘Mijn kind en man komen niet naar Nederland’, vertelt Elsa in de pauze met dikke tranen over haar wangen. ‘Ik wil Nederlands praten met Nederlanders, maar Nederlanders praten niet met mij, geen tijd.’ zegt Rami.

fullsizeoutput_be6

Ik ben in de afgelopen maanden gaan houden van deze mensen. Deze mensen die mij trakteren op zelfgemaakte koekjes, waaraan ik kan zien en voelen dat ze hier echt niet voor hun lol gekomen zijn. Die ik het zo gun dat ze hier een nieuw bestaan op kunnen bouwen in vrijheid, maar hier verzanden in een woud aan regels en wetten, waarden en normen. Die zich staande moeten houden in een verhardende samenleving. Ik geloof er oprecht in dat ik met het aanbieden van de Nederlandse taal ze een stukje op weg kan helpen. Dus op dit stuk dat ik bijdraag ben ik best trots, maar het schaamrood stijgt me naar de kaken als ik mijn cursisten Subhi, Selam, Rami en andere moet voorbereiden op het aanstaande examen. En dan doel ik niet op de vaardigheden zoals spreken en schrijven, maar op het examen KNM (Kennis van de Nederlandse Maatschappij).

Het is goed om uit te leggen hoe wij hier afval scheiden of hoe het schoolsysteem in elkaar zit, maar hou asjeblief op met mensen te betuttelen met adviezen als wat je beter wel of niet mee kunt nemen op een verjaardag. Hoe laat je het beste kunt komen en tot hoe laat je het beste kunt gaan. En het uitleggen is een, maar dat dit vragen zijn op het examen dat uiteindelijk bepaalt of je hier mag blijven, is te zot voor woorden. Op de site inburgeren.nl vind je meer voorbeelden. Frans heeft er een tijdje geleden een goede prikker over geschreven.

Afgelopen week luisterde ik in de auto op weg naar het werk naar een interview. Het laatste ziekenhuis in Aleppo was kapotgeschoten. Een journaliste vertelde over het contact dat zij, voornamelijk via Whatsapp, met inwoners van de stad had. De inwoners waren lamgeslagen en voelden zich in de steek gelaten. Niemand praat meer over ons. Ook ik voelde me in de auto, scheurend over de A26, machteloos. Ongeveer een half uur later zat ik tegenover Selam, Subhi, Rami, Mehreteab, Mulue, Raed en Issam. ‘Goedemiddag, wat fijn dat jullie er allemaal zijn. Ik heb er zin in!’

Spiegelzaal

Toeval bestaat niet. Schreef ik onlangs twee keer over het Concertgebouw. De eerste over een prachtig concert dat ik had bijgewoond, de tweede over een concert dat ik graag bij had willen wonen. En dan nu de derde in dit drieluik dat de kroon spant. Op zondagmorgen 4 september ga ik geen concert bijwonen, maar is mijn koor, vocaal ensemble Quint uitgenodigd om in het radioprogramma Spiegelzaal van avro-tros te komen zingen. Waarom? 

Versie 2

Afgelopen zondag vond in de Jaarbeurs in Utrecht het Nederlands Koorfestival plaats. Een tweejaarlijks festival en is Quint, van de negen finalisten uitgeroepen tot Koor van het jaar 2016. Onze dirigente, Esther Zaad, tot Dirigent van 2016 en is Fusion, een van haar andere koren, als tweede geëindigd. Het dak ging eraf.  Twee jaar geleden hebben we voor de eerste keer meegedaan. We waren toen als zesde van de vijftien koren geëindigd. Dekoor, het koor dat toen won, de terechte winnaar waar wij enorm tegenop keken. Tijdens Pinkpop heeft Dekoor toen samen met The Rolling Stones op het hoofdpodium gestaan. Hoe gaaf is dat! 

Maar wij hebben, met het vooruitzicht om in het Concertgebouw te gaan zingen een geweldige beloning in het verschiet. En wie weet krijgen we binnenkort nog een telefoontje van de manager van Bruce Springsteen. Ja, het gaat nog even duren voordat ik weer ben geland, maar tot die tijd geniet ik nog even na van afgelopen zondag, van gisteren en van vandaag.

Alles klinkt mooier in het Concertgebouw 2

Kreeg ik vorige week een nieuwsbrief van het Concertgebouw met daarin de aankondiging voor een heel speciaal project in de maand mei, Mozarts laatste jaar. Meesterwerken als het Klarinetconcert, Requiem en Die Zauberflöte. In het bijgevoegde filmpje vertelt de Hongaarse dirigent Iván Fischer met zo veel liefde en passie over Mozart en dit project, dat ik zou willen dat ik op fietsafstand van het Concertgebouw woonde.

IMG_2454

Sinds ik de film Amadeus, van de regisseur Milos Forman, midden jaren tachtig in een bioscoop in Verviers zag, vlakbij het dorpje Lambermont, waar ik als au pair werkte en in tranen de zaal verliet, las en luisterde ik alles over en van Mozart. Boeken en een meter aan cd’s nemen nog steeds een belangrijk deel van onze boekenkast in beslag. De ECI heeft in die tijd goed aan mij verdiend.

Wolfgang Amadeus Mozart schreef toegankelijke muziek van het allerhoogste niveau. Ideaal om kennis te maken met de wereld die klassieke muziek heet. Als kind zag ik Die Zauberflöte samen met mijn vader en daar ben ik hem dankbaar voor. Toen ik jaren later het bekende duet van Papageno en Papagena hoorde en in de film terugzag, was mijn liefde voor opera geboren. Ook alleen maar de opera’s van Mozart, daarin ben ik wel eenkennig. Cosi fan tutte, Le Nozze de Figaro, Die Zauberflöte. En vervolgens kreeg ik oor voor de symfonieën, de verschillende concerten en uiteindelijk de geestelijke muziek, waarvan Requiem zo’n belangrijk onderdeel uitmaakt.

De kiem is dus gelegd door Die Zauberflöte. Wat zou ik die nu weer graag gaan zien. In plaats daarvan heb ik de afgelopen dagen mijn favoriete uitvoering, die gelukkig nog op YouTube staat, bekeken. Alles klinkt mooier in het Concertgebouw. Dat geldt ook zeker voor deze uitvoering uit 1995 onder leiding van John Eliot Gardiner. Deze uitvoering is niet alleen prachtig om naar te luisteren, ook zo leuk om naar te kijken. Met een zo humorvolle Papageno, vertolkt door de Canadese bariton Gerald Finley. Een Papageno waar Mozart trots op zou zijn geweest.

 

Alles klinkt mooier in het Concertgebouw

Soms heb je van die dagen dat alles klopt. Die zondag dat Frans en ik in Amsterdam waren, was zo’n dag. De lente, de zon, de sfeer in de stad, het concert. Zo genoten van alles. Zittend in rij zes, voelde ik me de koning te rijk. In mijn lijf was geen plaats meer om zenuwachtig te zijn. In plaats daarvan voelde ik blijdschap en verwondering. Afwisselend volgde ik de bewegingen en mimiek van de dirigent of de verschillende muzikanten of de interactie tussenbeide. Dan weer sloot ik mijn ogen en wist een viool, een cello of hobo mij te ontroeren.

plugin.audio.rco

Een mooie combinatie, het Koninklijk Concertgebouworkest en Maestro Gatti, over wie onlangs de film, Daniele Gatti, Ouverture voor een dirigent is gemaakt en jammergenoeg alleen in de grote steden draait. Maar ik heb gelezen dat hij in het najaar op tv wordt uitgezonden. Da’s mooi dus. Met het bekijken van interviews, waarin hij met zo veel passie vertelt over de verschillende symfonieën van Mahler, heb ik voorlopig nog luistervoer zat.

Deze week stond ook een intake voor de tepelhoftatoeage in het ziekenhuis in Venray gepland. En omdat ik de laatste patiënt was, of liever gezegd client, want ik wil me geen patiënt meer voelen, had mijn naamgenootje, Claudia, tijd voor een eerste behandeling. Dat vond ik een goed plan. Zeker toen ze vertelde dat ik na een pauze van zes weken terug moest komen voor een tweede behandeling. Was het begin vast gemaakt. Voelde me erg stoer met m’n tattoo, ook al was het maar een medische. Met een brede grijns op mijn gezicht reed ik terug naar huis, stiekem te fantaseren over een echte.

En zo brengt deze lente ook weer wat schot in mijn zoektocht naar werk. Eerst heb ik op LinkedIn een balletje opgeworpen om cursisten of taalaanbieders Nederlands als tweede taal aan te trekken. Alleen al van het bedenken en maken van de flyer werd ik vrolijk en weet ik dat er diep in mij een creatieve, grafisch ontwerper schuilt, maar ja, er schuilt ook nog een zangeres, een huisschilder en een schrijver. Een kleine weliswaar, maar dan kan die ook nog groeien. Nu heb ik opeens drie sollicitaties op het vakgebied NT2 in korte tijd. Ik heb goede hoop dat hier iets moois tussen zit. En zo niet dan ontwerp, zing, schilder en schrijf ik nog even rustig door. En misschien is dat voorlopig nog goed te combineren met cursisten en / of taalaanbieders die mijn opgeworpen balletje willen vangen.

 

 

Schermafbeelding 2016-05-06 om 19.39.23

 

NVPH-2747-200x161