‘Er is een leven voor en een leven na kanker,’ lees of hoor je wel eens. Ik kan me hier wel in vinden want als ex-patiënt word je dagelijks geconfronteerd met de gevolgen ervan. In mijn geval littekens, een gevoelloze borst, schrikken van elk pijntje in je lijf om vervolgens tot de conclusie te komen dat het gewoon buik of spierpijn was, en geen werk meer hebben. Die littekens en gevoelloze borst, daar kan ik goed mee leven. Bij het schrikken van elk pijntje, moet ik leren de hypochonder in me gerust te stellen. Maar geen werk hebben, vind ik misschien wel het zwaarst. Alsof je niet meer deelneemt aan de maatschappij. Gelukkig begin ik deze maand als vrijwilliger bij het hospice.

Maar om even terug te komen op de eerste zin in deze blog, ‘er is een leven voor en een leven na kanker’. Er is ook een leven voor en een leven na het krijgen van kinderen en er is ook een leven voor en een leven na de kennismaking met mijn man Frans. Alle levens verschillen zo van elkaar, waarmee ik alleen maar wil zeggen dat ik niet wil dat die eerste zin mijn leven gaat bepalen.
Change of plans
Er was eens een conductrice die uit het raam staarde en droomde dat ze als docent Frans het verschil zou kunnen maken. Ze combineerde zes jaar werken met een studie en kreeg in die tijd twee kinderen. Na de studie ging ze aan het werk in Onderwijsland, als eerste Zuid. De docente, want dat was ze inmiddels en trots dat ze was, greep alles aan, maar werd meteen in haar begincarrière voor de leeuwen gegooid. Ze kreeg de moeilijkste klassen, omdat een sectie dit beter uitkwam. Ze raakte overspannen en teleurgesteld. Vervolgens begon ze als zzp’er en gaf taalcursussen aan bedrijven en thuis aan de keukentafel. Het lesgeven deed ze met veel plezier, maar ondernemen was niet aan haar besteed. Ze was dan ook verrast, maar ook op haar hoede toen ze opnieuw een verzoek kreeg uit Onderwijsland.
Onderwijsland West deze keer. Moeilijke tijden werden afgewisseld met mooie tijden en na acht maanden zat de vervanging erop. Vol zelfvertrouwen ging ze aan ’t werk in Onderwijsland Noord, maar liep daar na enkele maanden gillend weg en eenmaal thuisgekomen dumpte ze een halve meter aan schoolboeken bij het oud papier, het alternatief voor de houtkachel. Ze maakte een overstap naar het geven van de Nederlandse taal aan anderstaligen, werkte een tijd met plezier en kreeg weer een verzoek uit onderwijsland West. Vertrouwen in de school, hoop op eindelijk een vaste aanstelling en ook zeker om financiële redenen, wilde ze het nog één kans geven.
Anderhalf schooljaar ging het goed. De docente kreeg steeds meer vertrouwen in haar werk, maar kon zich wel steeds minder vinden in de traditionele manier van lesgeven. En toen werd ze ziek. Werd door onderwijsland West begripvol met rust gelaten, maar het tijdelijke tweede contract eindigde aan het einde van het schooljaar. De docente kreeg de mogelijkheid om na een half jaar ‘misschien’ weer terug te komen. Voor weer een tijdelijk contract dus. Nee, voor haar geen tijdelijke contracten meer. Sowieso was tijd voor haar sinds die zomer iets dat veel te kostbaar was. Die zomer was er een docente Frans die uit het raam staarde en droomde dat ze als zangeres het verschil zou kunnen maken.