Una Odissea boven The Odyssey

Er is al veel geschreven en gezegd over Christopher Nolans film The Odyssey. Wat dat aangaat heeft het weinig zin om hier nog iets aan toe te voegen. Wel is het een goede reden voor mij om de muzikale versie Una Odissea van het Nederlands Blazers Ensemble and Accordone uit de kast te pakken en naar te luisteren. Met gesloten ogen brengt het me weer terug naar juli 2005 toen ik dit concert tijdens Klassiek op locatie bijwoonde. De zang, de blazers, het slagwerk, de locatie, alles samen was zo overweldigend en als ik daaraan terugdenk, dan voel ik weer dat deze muzikale reis toen meer indruk op mij maakte dan de film die ik vorige maand in de bioscoop zag. En wat ben ik blij dat ik toen, enthousiast als ik was, de cd meteen heb gekocht en nu het bijgevoegde tekstboekje kan doorlezen. Het begint al meteen goed, alsof er in 3000 jaar niks veranderd is, schreef Homerus:

De mens hecht eerder geloof
aan een duizendmaal herhaalde leugen
dan aan een waarheid
die hij voor het eerst hoort.

Over Una Odissea
De reis (naar Ithaca) en de omzwervingen van Odysseus zijn metaforen voor de zoektocht naar onszelf. Odysseus spreekt tot de verbeelding van ons, moderne mensen, met onze behoefte aan zekerheden. Hij neemt ons mee op een reis waarvan het doel alleen maar bereikt kan worden als we afzien van dat wat ons het dierbaarst is: de zekerheid van een veilige route, de troost van vrienden en metgezellen, en last but not least onze eigen naam. De tegenslagen en moeilijkheden waarop Niemand (Nessuno) stuit tijdens zijn omzwervingen, zijn de tegenslagen en moeilijkheden die wijzelf, dag na dag, jaar na jaar, tegenkomen, hopend dat wij ons eigen Ithaca zullen vinden.

Ik wil graag de finale met jullie delen, omdat ik dit een van de allermooiste klassieke composities vind. Daarnaast biedt het troost en hoop en dat is iets dat we in deze tijd goed kunnen gebruiken, niet waar?

Lettera da Itaca / Brief uit Ithaca
Het laatst beeld: een musje hupt rond op zoek naar voedsel en drinkt uit de holte van een steen, onwetend van de Koning van Ithaca en zijn omzwervingen, onwetend van de pijn en het bloed dat vergoten is. “Maar hoe mooi, hoe heerlijk is de liefde voor het leven!” dat zijn de laatste woorden van de man Odysseus.

“L’autrieri osservava
taliannu nu passareddu,
Supra di li rami
tra l’ivia e minnuliti,
Trippava, cantava,
mmenz’i fogghi caminava,
Cu lu so’ ntunato fischio ‘na
meludia quant’era duci

Respirava felici la terra,
lu ventu e l’occhi mei,
Quasi quasi di chistu
mi sentia ju gelusu.
Ma quant’e bello,
quant’è duci st’ammuri!

Poi scinniu ‘nterra,
s’abbicina nta ‘na fussetta
Piegannusi stannu attentu a
tuttu chiddu chi facia
Satanno ch’abbanna e d’abbanna,
come pi iddu fussi un puzzu,
Nu puzzu chini d’acqua
era un bucu di una pietra.
Ma quant’e bello,
quant’è duci st’ammuri!

Un filu d’erba tineva,
appizzatu nna llu beccu,
lutannusi cu lu piduzzu,
muvennu a testa s”u livò,
Subito pigghia ‘u volu,
nna lu celu gudeva,
Lu farisi accarizzari
di la matri so’ Natura,
Godi amuri miu,
ni la luci di lu Suli,
Ma quant’e bellu,
quant’è duci st’ammuri!”


“Laatst heb ik een lange tijd
gekeken naar een vogel
op de takken van de olijven
en de amandelbomen.
Hij trippelde en kwetterde
en sprong van tak naar tak
en zijn gefluit klonk
als een lieflijk lied.

De aarde en de wind genoten
en mijn ogen ook.
Ik was bijna afgunstig
op zijn manier van leven.
Wat mooi, wat heerlijk
is de liefde voor het leven!


Hij daalde naar de grond,
liep naar een plasje water
en boog zich ernaartoe,
aandachtig bij alles wat hij deed.
Hij hopte drinkend heen en weer.
Voor hem was dat een waterput,
een diepe put vol water,
die holte in een grote platte steen.
Wat mooi, wat heerlijk
is de liefde voor het leven!

De vogel had een grasspriet
in zijn snavel
en haalde die er
met zijn pootje uit.
Toen vloog hij weg,
en in de lucht genoot hij
van de liefkozingen
van zijn Moeder Natuur.
Geniet, mijn liefste,
van het warme zonlicht.
Wat mooi, wat heerlijk
is de liefde voor het leven!


Una Odissea is in opdracht van het Nederlands Blazers Ensemble geschreven en gecomponeerd door Marco Beasley en Guido Morini. De finale wordt gezongen door Alfio Antico en Marco Beasley.