Na een lange dag, waren we om een uur of acht thuis en heb ik de school meteen laten weten, dat ik de volgende morgen het eerste uur aanwezig zou zijn. De afspraak stond voor de middag gepland en ik had die dag vier lesuren, dus tot iets voor twaalven.
We reden samen richting Venray en ik kan me herinneren, dat ik niet erg spraakzaam was. Dat ik maar aan een ding kon denken. Hoe deze middag zou gaan verlopen. Telkens die twee totaal verschillende scenario’s in mijn hoofd hoe het gesprek zou gaan. Telkens die twee totaal verschillende scenario’s hoe we vervolgens het ziekenhuis zouden verlaten. Zo af en toe keken we elkaar alleen even aan, hielden elkaars hand vast en knepen erin. Ook nu werden we door Monique opgehaald en liepen we met haar mee naar de spreekkamer van de arts.
Hij begroette ons en vroeg meteen: ‘Hoe was IJsland?’ Ik vertelde erover en zei dat het een welkome afleiding was geweest in een lange onzekere week van wachten. Dat kon hij zich goed voorstellen. ‘En nu zijn we hier voor de uitslag’, vervolgde hij ‘…en die is niet goed.’ ‘Ik was er al bang voor’, antwoordde ik. Ik beet op mijn lip, keek Frans aan, maar voelde verder niet zo veel. Alsof het niet over mij ging. Alweer.
Terugkijkend zie ik nu in welke totaal verschillende gedachtenkronkels je soms wordt meegenomen. Van bagatelliserend ‘Oh, we zijn er op tijd bij, dus het valt wel mee’, tot ‘Kut, ik ga dood!’ En die eerste hou je heel lang vol en dat is logisch want je moet jezelf op de been houden. Voor je kinderen, voor je man, voor iedereen van wie je houdt en voor jezelf. Voor mij in die volgorde. De radioloog had het dus goed gezien. ‘Die ziet er vervelend uit.’
‘Die tumor moet eruit’, vervolgde de arts. ‘Maar we moeten eerst de onderzoeken en de uitslagen van de andere plekjes afwachten. Als daar niets in gevonden wordt, dan kunnen we de tumor borstbesparend verwijderen, maar als er wel iets wordt gevonden, dan kan dit waarschijnlijk niet. Maar dit weten we nu nog niet.’ Dus nu kwam ook het mogelijke scenario van amputatie in beeld. Drong niet tot me door. De arts en de verpleegkundige hielden ons nauwlettend in de gaten en namen de tijd.
De vervolgafspraak voor de uitslag lukte niet bij dezelfde arts en dat vond ik jammer, maar anders zou ik daar langer op moeten wachten en dat was natuurlijk geen optie. De behandelend arts bleef mijn behandelend arts en dat stelde me weer gerust. Gek toch hoe snel je je vertrouwen in iemand legt en dan vervolgens moeite hebt met een onbekende. Voer voor psychologen.
De arts en verpleegkundige wensten ons veel sterkte en hand in hand liepen we de gang op richting de uitgang. Daar liepen we de moeder van een schoonzus tegen het lijf, waarop ik tegen haar zei, ‘Goh, hier moet je niet te vaak komen, hè. Toch niks ernstigs hoop ik.’ Waarop ze zei: ‘Nee, even op controle, en jullie dan?’ ‘Ik heb net te horen gekregen dat ik borstkanker heb’, antwoordde ik.
