Kleuren

‘We kunnen het maar beter meteen aan de kinderen vertellen’, zei ik in in de auto tegen Frans. Het leek me beter ze meteen bij dit proces te betrekken nu het te overzien was, alhoewel ik toen ook nog geen flauw idee had hoe het proces zou gaan verlopen. ‘Het is maar een klein tumortje en door het bevolkingsonderzoek ben ik er op tijd bij.’ Door dit te benadrukken, hoopte ik het voor de kinderen niet al te zwaar te maken.

Scan 28

In hetzelfde gesprek ’s avonds aan tafel hebben we ook maar meteen verteld dat papa op zoek moest gaan naar ander werk, maar ook meteen met de geruststelling erbij, dat hier snel een oplossing voor zou komen. We moesten op een gegeven moment wel lachen toen Katinka van tafel opstond, de gang in liep en met haar jas aan terugkwam. Ze greep Frans bij zijn arm en zei: ‘Kom, dan gaan we naar jouw werk. Waar zijn die mensen die jou niet meer willen?’

De volgende ochtend moest ik werken. Ik had aangegeven te komen als ik had geslapen en me uitgerust genoeg voelde. Maar de volgende morgen verliep anders dan ik had verwacht. Ik was redelijk uitgerust en zat aan mijn ontbijtje toen Katinka al kleurend, haar ogen gericht op de tekening zei: ’Dus jij hebt kanker. Word je nu kaal?’ En zonder oogcontact kleurde ze verder. De knop die ik had omgezet om te gaan werken schakelde terug. Als een stop in de meterkast die doorslaat na kortsluiting. Ik brak.

Ik moest denken aan de verschillende juffen bij haar op school die ook borstkanker hadden gehad. Dat dit voor iedereen op school een enorme impact had gehad. En ik moest denken aan de film ‘Achtste groepers huilen niet.’ Het was nog maar kort geleden dat we deze film, waarin een kind op twaalfjarige leeftijd aan kanker overlijdt, met z’n tweetjes hadden gekeken. Wat moest er sinds gisteren allemaal in haar hoofdje hebben omgegaan.

‘Ja schat, ik heb borstkanker. Ik weet niet of ik kaal word. Ik hoop het niet. Ik probeer er maar op te vertrouwen, dat de tumor nog heel klein is.’ Verder vertelde ik haar, dat ik vrouwen kende bij wie de tumor was verwijderd en dat ze dan beter waren. Ik vond het moeilijk om de juiste woorden te vinden. ‘Zal ik een mailtje sturen naar jouw juf? Dan weet zij ervan en dan kan jij als je wilt er ook met haar of in de klas over praten.’ Dat vond ze een goed idee en kleurde rustig verder.

Ik mailde mijn afdelingsleider Annette, dat ik die dag niet naar school zou komen en kreeg snel een berichtje terug. ‘We lossen het hier op en we hebben er echt alle begrip voor. We houden contact.’ Dat bericht was erg fijn. Kon ik de school even loslaten. Vanaf die dag is het een komen en gaan geweest van vrienden, vriendinnen en familie. Soms had iemand het moeilijker dan ik. Althans zo leek het wel. Dan was ik diegene aan het troosten.

Het verbaasde me soms ook, dat ik zo rustig bleef. Dit is terugkijkend een overlevingsstrategie geweest, denk ik. En overdag lukte het me best goed om positief te zijn.  ’s Nachts namen de rampscenario’s het over en hoorde ik al de muziek die op mijn uitvaart zou worden gedraaid. Mozarts Requiem of het Stabat Mater van Pergolesi. Maar ook The Verve en Pink Floyd. Het is zo tegenstrijdig. Ik weet al jaren welke muziek ik wil op mijn uitvaart. En ik kan er wel dag en nacht naar luisteren, maar ik wil nog niet dood.

Ja, sommige nachten waren lang, maar gelukkig had ik overdag veel afleiding en gelukkig was Frans thuis. De volgende onderzoeken waren pas een week later en dus zijn we vanaf die dag elke dag gaan wandelen. Weer of geen weer.

Geef een reactie