Zwembandje

Sinds het eerste onderzoek in de bus heb ik vaak aan mijn zus Inge gedacht. Zeventien jaar geleden had ook zij borstkanker. Ze was negenendertig en haar dochtertjes waren toen pas twee en een jaar oud. Ze had gekozen voor een borstreconstructie met eigen weefsel. Een operatie die toen pas een jaar na de amputatie werd gedaan. Ze had veel complicaties zoals ontstekingen, nabloedingen, een lelijk litteken op haar buik. In de nieuwe veel te grote borst zat een deuk. Dat het geen succes was, is mij altijd bijgebleven.

58263

Door de jaren heen was het wel eens door mijn hoofd gegaan, wat ik zou doen als ik net als haar borstkanker zou krijgen en een borst zou moeten missen? Ik zou een prothese nemen, en, ík zou niet in gezond vlees gaan snijden als dat niet nodig is, dacht ik dan.  Nou… dat is terugkijkend makkelijk praten geweest. Je zal er maar voor staan.

Ik had een kleine week de tijd om me te verdiepen in de twee totaal verschillende reconstructies. Het is niet zo, dat ik een bepaalde druk voelde om de week daarna met een keuze te komen, maar omdat de keuze bepalend was voor het verloop van het traject wilde ik voor mezelf ook duidelijkheid. Weten waar ik aan toe was.

Op de site van Borstkankervereniging Nederland ben ik op zoek gegaan naar vragen die ik nog had en heb ik antwoorden gekregen. De voor- en nadelen op een rijtje gezet. Ik heb filmpjes bekeken op Youtube van lotgenoten. De site van dieplap, dé site om alles te weten te komen over een borstreconstructie met eigen weefsel gelezen en herlezen. Zelfs een samenvatting van de operatie met bewondering en verwondering bekeken. Contact gezocht met een kennis, die mij eerlijk vertelde hoe een ‘DIEP’ haar was vergaan. Een positief verhaal.

Mijn koorgenootje, Karen, intensivist in het ziekenhuis en bekend met de operatie om raad gevraagd. Dat was fijn. Dat een borstreconstructie met eigen weefsel in Venlo goed stond aangeschreven en dat er sinds de operatie van mijn zus toch veel veranderd moest zijn, heeft mij aan het einde van die week meer de kant op gebracht om te kiezen voor een reconstructie met eigen weefsel. Maar we gingen eerst maar eens maandag naar de afspraak met de plastisch chirurg.

De assistente bracht ons naar de spreekkamer, waar we nog even moesten wachten. Op het bureau lagen verschillende prothesen. Zo een als we in de actualiteiten wel eens hadden gezien en waar al meteen het woord ‘lekkage’ in je opkwam. En er lag nog iets anders op tafel, dat ook leek op een prothese, maar dat nog leeg was. Er zat een kleine harde ring in met daartussen strak gespannen plastic. ‘Volgens mij is dit zo’n tijdelijke prothese waar de arts het ook over had’ zei ik tegen Frans. Daaruit concludeerde ik dat als ik zou kiezen voor een prothese, ik ook eerst zo’n ding zou moeten plaatsen. ‘Pfff… wat is dit hard hè…’ , zei ik.

De arts kwam binnen en stelde zich voor. De heer Donders, plastisch chirurg in opleiding. Hij zou de intake doen, maar niet de operatie. Waarschijnlijk zou hij er wel bij zijn. Ook de assistente schoof aan. ’Wie gaat de operatie doen?’ vroeg de arts. In de papieren die we bij ons hadden stond de heer Sawor. Ik vroeg wat de lege prothese was en de assistente vertelde dat dit een tijdelijke prothese ook wel tissue expander genoemd. Frans en ik maakten oogcontact als een soort bondgenootschap. ‘Deze wordt geplaatst na de amputatie als er te weinig huid over is om meteen een prothese te plaatsen. Tussen het harde ringetje zit een vulnippel die we met een magneetje precies kunnen opsporen. Vervolgens prikken we met een dunne naald vloeistof in de expander, totdat de gewenste grootte van de borst is bereikt. Hier moet je verschillende keren voor terugkomen.’ Een reconstructie met eigen weefsel won weer terrein.

De arts pakte een blaadje erbij en begon te schrijven. Links zette hij ‘prothese’ en rechts ‘eigen weefsel’. Bij prothese zette hij ‘niet in combinatie met bestraling’. Bij eigen weefsel, ‘kan in combinatie met bestraling’. Het voordeel van een prothese is dat je snel klaar bent. Nadeel is dat het anders voelt en dat het kouder is. Bij een prothese kunnen verklevingen ontstaan. Bij eigen weefsel is het voordeel dat je dus geen prothese hebt en dat het natuurlijk voelt. Nadeel is dat het een lange operatie is en dat je een groot litteken krijgt op je buik. Om in aanmerking te komen voor een ‘DIEP’ moet je gezond zijn, niet roken en, niet onbelangrijk, voldoende buikvet hebben. In mijn geval was het genoeg voor één borst, maar het hield niet over, dus dat ‘zwembandje’ waar de kinderen het altijd over hadden, viel dus wel mee. Dat kon ik ze thuis nog wel even onder de neus wrijven.

Eindigend met de verschillende opties opgeschreven op het blad, liepen we het ziekenhuis uit en was ik er wel uit. Niet meer te lang over nadenken want dan ga ik toch weer twijfelen, dacht ik. Ik keek Frans aan en zei: ’Ik ga voor een DIEP.’

Geef een reactie