Een kabbelend watertje wekte ons die maandagochtend 16 maart om kwart over vijf. Ik had toch een paar uurtjes geslapen. Mijn tas had ik daags ervoor al ingepakt en sprong nog even onder de douche. Voordat we iets na zessen vertrokken, wekte ik Kolja en Katinka en knuffelde beide. ‘Tot vanmiddag lieverds, ik hou zó veel van jullie, het allermeeste dat er bestaat.’
We moesten ons melden bij de ingang van de Spoedeisende hulp. Daar konden we doorlopen en ons melden op de afdeling Chirurgie. Op een tweepersoonskamer kreeg ik een bed bij het raam. Hier zal ik over een paar dagen wel weer terugkomen, dacht ik. In het andere bed lag nog iemand te slapen. Ik kreeg een polsbandje om en een operatiejasje en broekje aangereikt. Zo’n ‘charmant’ broekje kende ik nog wel van mijn kraamtijden. De vrouw in het andere bed werd wakker en toevallig kende ik haar van vroeger. Ze had net als ik borstkanker, de amputatie van beide borsten achter de rug en wilde het hierbij laten. ‘Als het goed is kan ik strakjes naar huis’, zei ze. Ik dacht als eerste aan de beurt te zijn die morgen, maar het liep uit. Dus het was fijn nog even met haar en Frans de tijd te overbruggen.
Iets na negen uur werd ik opgehaald en naar de ruimte voor de operatiekamer gereden. Gek om je te laten rijden, terwijl ik op dat moment makkelijk de Venloop had kunnen wandelen. Oké vijfentwintig kilometer, geen veertig. Ergens onderweg moesten Frans en ik afscheid van elkaar nemen. We omhelsden en kusten elkaar. Een verpleegkundige liet weten, dat Frans zo snel mogelijk na de operatie gebeld zou worden. Ik wist zeker dat deze dag voor hem veel moeilijker zou worden dan voor mij.
Ik zou er maar weinig van meekrijgen. Ik lachte hem nog geruststellend toe en hij mij ook.
Alles was nieuw voor me. Als kind heb ik drie keer in het ziekenhuis gelegen voor onschuldige ingrepen als buisjes en amandelen knippen. In die tijd, begin jaren zeventig, werd je daar nog twee of drie dagen voor opgenomen. In de wachtruimte werd ik nog even geparkeerd. Verschillende personen stelden zich voor en stelden me op mijn gemak. Ik zou zo de operatiekamer ingereden worden.
Eindelijk zag ik een bekende, de heer Aarts, dat was fijn en even later zag ik een nieuw gezicht dat ik, zelfs met mutsje op, herkende van mijn gegoogle. ‘Piatkowski, ik ben de plastisch chirurg’. Ook hij schudde me net als de heer Aarts de hand en stelde me op mijn gemak. Ik zei tegen hem dat ik het fijn vond nog even voor de operatie kennis te maken. ‘Maakt u zich maar geen zorgen, we gaan goed voor u zorgen’.
In de operatiekamer was het een drukte van jewelste, zoveel mensen.
De heer Aarts had de leiding, nam een vragenlijst door en ondertussen werd ik door de anesthesist aan het infuus gelegd. Via het infuus kreeg ik de narcose toegediend. Ik probeerde zo lang mogelijk mijn ogen open te houden want ook al was ik in goede handen, ik vond het heel spannend. Met een tijdsduur van vijf à zes uur onder zeil, konden ze me voor de zekerheid beter iets meer toedienen.
Zoals eerder geschreven had ik een samenvatting van de operatie online bekeken. Toen ik dit een paar weken voor de operatie deed, was ik gefascineerd. Toen ik dezelfde fragmenten een paar weken na de operatie voor de tweede keer bekeek, was ik ontroerd. Ook al was ik niet de vrouw die daar lag, zo had ik er ook bij gelegen. Het enige verschil met de vrouw in het filmpje en mij was, dat zij grotere borsten had dan ik. Dat scheelde wel twee cupmaten, maar de techniek DIEP, Deep Inferior Epigastric Perforator, die werd toegepast, was dezelfde en die is ongelofelijk knap en bijzonder.
Na de amputatie van mijn linkerborst is uit de buikwand huid en vet genomen om hier vervolgens een nieuwe borst van te maken. Maar omdat het levend weefsel is moet het gevoed worden, anders zou het afsterven. De bloedvaten die eerst het buikvet voeden worden losgemaakt en vervolgens door middel van microchirurgie gekoppeld aan de bloedvaatjes in de borstkast. Ik kan er nog steeds niet met mijn verstand bij, dat mensen dit hebben kunnen bedenken en dit met mensenhanden kunnen bewerkstelligen.
Om een uur of vier kreeg Frans het telefoontje dat de operatie voorspoedig was verlopen. En terwijl hij met de kinderen in de auto onderweg was richting ziekenhuis, werd ik langzaam wakker.


