Als het nodig is, leg ik het nog een keertje uit

De uitslag volgde de woensdag erop in Venray. ’s Middags om twee uur op 4 februari. We werden opgehaald door Monique en naar de spreekkamer van de arts, de heer Vogelaar gebracht. ‘De arts komt er zo aan.’ Achter het bureau hing een medische poster over borstkanker. Een vrouw met een dwarsdoorsnee van een van haar borsten en okselklieren. Tumoren in verschillende groottes verbeeldden de verschillende stadia van borstkanker. Van een speldenknop in een lymfeklier tot een flinke mandarijn in haar borst. Gelukkig voor haar dat ze getekend was. Ik haalde maar weer eens diep adem. De binnenkant van mijn handen waren klam. Mijn hart ging tekeer.

geneeskunst6

De deur zwaaide open en een jonge arts kwam binnen. Ook Monique schoof weer aan. De arts stelde zich voor, ging zitten en zei: ‘Ik begin maar meteen met de uitslag waar jullie voor zijn gekomen en ik heb helaas geen goed nieuws. Een van de twee plekjes die zijn onderzocht is ook niet goed. Het is nog geen kanker, maar een voorloper van kanker. Uit voorzorg behandelen we die wel als kanker.’ De radioloog had het dus weer goed ingeschat.

De arts vervolgde: ‘De afstand tussen het tumortje en de voorloper is zeven centimeter. Dat is best groot en dus te risicovol om alles borstbesparend te verwijderen.’ Hij pakte een leeg a4-tje en tekende een linkerborst. Mijn linkerborst. In de borst zette hij twee kruisjes en zette de afstand ertussen. En toen was het even stil. Dat de borst nu dus verwijderd moest worden, ook wel geamputeerd genoemd, maar het laatste deed me aan de Middeleeuwen denken en dus veel te gruwelijk, was voor ons nu een gegeven. Dat hoefden we ‘nog’ niet te benoemen.

‘Tjee…’ was volgens mij het enige dat ik uit kon brengen. Ik had me van te voren verdiept in de mogelijke scenario’s en typen borstkanker. Zelfs een uitgeprinte vragenlijst meegenomen. Ik vroeg of hij ons kon vertellen welk type borstkanker ik had. Hij pakte het papier er weer bij, begon te vertellen en schreef steekwoorden op. Ook Monique lichtte sommige antwoorden toe. Beide zijn van het ductaal type, dat wil zeggen dat ze zijn ontstaan in een melkgang. Het tumortje is invasief en dus al buiten de grenzen van de melkgang gegroeid. Dit noemen we een ‘invasief ductaal carcinoom’. De voorloper noemen we een d.c.i.s. Een ‘ductaal carcinoma in situ’ en deze is nog niet buiten de grenzen gegroeid.’

Ik heb de steekwoorden later thuis op hetzelfde papier uitgeschreven. Vandaar dat ik het nu, na drie maanden, nog steeds voor de geest kan halen.

‘En nu?’ vroeg ik. Monique vroeg aan de arts of ze alvast een afspraak zou plannen voor de schildwachtklierprocedure. ‘Ja, laten we dat maar doen.’ Hij tekende naast de borst een oksel met daarin lymfeklieren. Klieren met aftakkingen die je kunt vergelijken met een stamboom en waarvan de eerste klier de poortwachterklier wordt genoemd. ‘Die moet onderzocht worden om erachter te komen of er wel of geen uitzaaiingen zijn. En natuurlijk had ik erover gelezen, maar ik had al moeite met het idee dat het over mij ging die borstkanker had, laat staan dat die kanker ook nog ergens anders in mijn lijf zou kunnen zitten.

De arts vertelde en schreef verder. ‘Ik zal jullie in het kort alvast uitleggen welke mogelijkheden er zijn na een borstamputatie (Daar viel het woord), maar we maken ook alvast op korte termijn een afspraak bij de plastisch chirurg. Hij is hierin gespecialiseerd. Na een amputatie kun je ervoor kiezen om het zo te laten of kiezen voor een reconstructie. Een reconstructie kan of direct of later worden gedaan.’ Met steekwoorden en pijltjes tekende hij een schema. Een schema dat ik thuis verschillende keren heb gemaakt en geordend om het helder te krijgen.

Hij vervolgde: ‘Er zijn twee mogelijkheden om een borstreconstructie te doen. Of met eigen weefsel (DIEP) of met een prothese.’ Bij de laatste zette hij er tussen haakjes bij (liever geen radiotherapie). Of er een nabehandeling zou komen, zou liggen aan de uitslagen van de lymfeklieren en het borstweefsel. Het borstweefsel zou pas na de operatie onderzocht worden. ‘Dit is heel veel informatie, maar is het duidelijk? vroeg de arts. ‘En anders leg ik het nog een keertje uit en als het nodig is nog een keer.’ Ze namen de tijd en gaven ons de tijd om na te denken en vragen te stellen.

De film waar ik in terecht was gekomen werd alleen maar slechter. Maar ondanks de onzekerheid over hoe die film verder zou verlopen, had ik vertrouwen in de mensen die zich nu zó voor mij aan het inzetten waren. Met twee nieuwe afspraken, een voor de plastisch chirurg en een bij dokter Vogelaar en een boekje over de schildwachtklierprocedure gingen we de deur uit. Naar huis.