Een symfonisch gedicht

Hé, dat is leuk, dacht ik gistermorgen toen de woorden Symphonie fantastique, in een advertentie in de krant, mijn aandacht wisten te trekken. Een live registratie vanuit het Concertgebouw in Amsterdam van het concert, dat vrijdagavond op de Franse zender Mezzo wordt uitgezonden. Hét concert dat ik komende zondag samen met Frans ga bezoeken en waar ik me zo op heb verheugd. Ik dacht meteen, dat ga ik pas kijken als we terug zijn of misschien toch al even een glimp van opvangen, Frans is toch naar VVV en dan kan ik ook vast in m’n eentje ‘voorgenieten’.

Jean-Baptiste-Camille_Corot_-_Orphée

Helemaal blij en ervan overtuigd dat deze zender in ons pakket zat, ging ik er vanmiddag eens goed voor zitten om het concert op te nemen. En je raadt het al, de zender zit niet meer in ons pakket. Het huis was te klein. De laatste tijd kijk ik vaker het YouTube kanaal via chromecast op de tv, zo handig, en heb ik Mezzo niet gemist. Maar ik wilde dít concert, déze muziek en eerlijk gezegd vooral déze dirigent zo graag in mijn huiskamer op kunnen zetten als ik daar behoefte aan zou hebben.

En misschien is het maar goed dat ik dadelijk alleen de herinnering van het concert bij me draag, soms wil ik me maar al te zeer aan iets vastklampen, iets dat vertrouwd is. Dat merk ik ook met de goede uitslag die ik deze week heb gekregen naar aanleiding van de jaarlijkse mammografie die ik vorige week heb gehad. Blij en opgelucht zijn, en gelijkertijd onzeker voelen.

Hoe dichter ik bij dit uitstapje kom, wat mij vrolijk zou moeten stemmen, des te zenuwachtiger en emotioneler ik word. En Maestro Gatti zal vanavond en zondag als wij erbij zijn de sterren van de hemel dirigeren, maar hij zal niet weten wat dit voor mij betekent. En dat hoeft ook niet, mijn lezers en ik weten het, maar dit is wat muziek kan doen. Soms zijn er geen woorden maar voldoet een symfonisch gedicht.

 

 

 

Matthäus-Passion

Of ik zin had om mee te gaan naar de Matthäus-Passion. Een van mijn wandelmaatjes, Géke, had nog twee vrijkaartjes over. Twee jaar geleden was ik samen met Hella geweest, hier in mijn stad Venlo. Reinbert de Leeuw dirigeerde toen het passieverhaal en het was een bijzonder mooie uitvoering. Zelf heb ik een prachtige uitvoering van Nikolaus Harnoncourt, die ik opzet als ik in de stemming ben en dat is niet alleen rond Pasen.

edfa8b8119bb6281375053031c575c71

Ik hoefde er dus niet lang over na te denken en liet weten graag mee te willen gaan. Dat was dus vandaag en ik geniet nu nog na van een fantastische uitvoering. Zo onder de indruk van de kwaliteit die de stichting Venlo Klassiek naar deze stad heeft gehaald. Deze keer onder leiding van Andreas Spering met het orkest van philharmonie zuidnederland. De alt, Sophie Harmsen wist mij al vrij snel te raken. De Evangelist, Tobias Hunger, een prachtige verteller die je, met al zijn mimiek, aan de hand meenam. Alle solisten, de verschillende koren, de musici, ze waren allen zo zuiver, zo puur.

En natuurlijk zijn de terugkomende koralen en aria’s als Erbarme dich en Mache dich mein Herze rein hoogtepunten, maar deze keer gebeurde er iets bijzonders, toen het licht plots werd gedimd en de Evangelist het verhaal vervolgde: Und von der sechsten Stunde an war eine Finsternis über das ganze Land bis zu der neunten Stunde. Und um die neunte Stunde schriee Jesus laut und sprach Jesus: Eli, Eli, lama asabthani? Evangelist: Das ist: Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen? Het daaropvolgende Koraal Wenn ich einmal soll scheiden in het gedimde licht was van een bovennatuurlijke schoonheid.
Wenn ich einmal soll scheiden
So scheide nicht von mir  
Wenn ich den Tod soll leiden 
So tritt du denn herfür 
Wenn mir am allerbängsten  
Wird um das Herze sein 
So reiß mich aus den Ängsten  
Kraft deiner Angst und Pein 

 

 

Paradijs op zolder

Wat hebben Karl Jenkins, 5 Seconds of Summer, Dead Kennedys en Coldplay met elkaar gemeen? Een geluksgevoel overkwam me vorig weekend. Tijdens het opruimen van de zolder, luisterde ik naar het Requiem van Karl Jenkins. Een Requiem dat ik nog niet kende, maar door een vriendin over was getipt. Daags ervoor stond het naast het Stabat Mater van Rheinberger op het programma van het Franciscuskoor in mijn stad. Prachtige heel verschillende werken, die samen met een goed orkest werden uitgevoerd. Het Requiem zo bijzonder, omdat Latijnse teksten worden afgewisseld met Japanse haiku gedichten.

morning_dew_on_grass___landscape_by_slysnakesamhardy-d4thcpa

Dus terwijl de laatste klanken van In Paradisum door de zolder galmden en ik met haast paradijselijke tred de trap af liep, om bij elkaar verzamelde spullen beneden in de gang te leggen, kwam ik eerst langs Kolja’s kamer die Viva la Vida van Coldplay op zijn gitaar speelde. In de volgende kamer hoorde ik Katinka Jet Black Heart van 5 SOS, zoals ze de jongens noemt, uit volle borst meezingen en eenmaal beneden gekomen zat Frans achter de computer California über alles van The Dead Kennedys te headbangen. Thuis, waar iedereen van muziek houdt, hoe verschillend ook, maakt mij gelukkig.

Midden vorige week kwam er weer een datum voorbij om even bij stil te staan, 16 maart, een jaar na de operatie. En daar waar ik een jaar geleden na een week ziekenhuis nog met een rollator, omdat ik een week niet rechtop mocht lopen, aan de wandel ging, heb ik dit afgelopen jaar aardig wat kilometers gemaakt. Afgelopen zaterdag hebben we de wandeltocht van 30 km in het weekend van de Venloop toch maar mooi binnen vijf uur gelopen. Vorig jaar schonk Saskia, een van mijn wandelvriendinnen mij haar medaille. Een mooi gebaar vond ik dat. En dit jaar zijn we, samen met vijf andere wandelmaatjes, over de finish gelopen. Dat hadden we vorig jaar ook afgesproken.

Mame de iyo                 
Miwa nara wahino     
Kusa no tsuyu               

Vaarwel
Zoals alles, ga ik voorbij
Als dauw op het gras

In paradisum deducant te angeli
in tuo adventu suscipiant te martyres
et perducant te in civitatem 
sanctam Jerusalem 
Chorus angelorum te suscipiat
et cum Lazaro quondam paupere 
aeternam habeas requiem 

 

 

 

Sprookje 2

Het eerste muziekconcert dat ik heb bijgewoond, was van Les Poppys, ergens midden jaren zeventig, in de Oranjerie in Roermond. De elpee hebben we thuis grijs gedraaid en wat ik grappig vind is dat ik, en meerdere bij ons thuis, me nog precies de twee momenten kan herinneren dat de plaat oversloeg. Die eerste plaat is zoek geraakt, maar jaren later heb ik diezelfde plaat van een collega gekregen. Ik moest er trouwens wel aan wennen dat deze helemaal krasvrij was. Klonk toch anders.

Rode_schoentjes_1129x311

Een grote poster met daarop de zeventien jongens hing boven mijn bed. In mijn herinnering droegen ze allemaal een blauw-geruit bloesje en een roestbruine ribbroek, behalve één jongen, die droeg een gebroken-witte kabeltrui. Dat was opvallend, maar hij had er geen moeite mee, althans hij zat er net zo, zoals de Fransen het zelf ook zeggen, cool bij als de rest. Ik zal een jaar of acht zijn geweest, had geen idee waar ze over zongen, maar vond het geweldig. Het lied Non, non rien n’a changé was een hit. Door de jaren heen ben ik heel goed gaan begrijpen waarover ze zongen. Over oorlog en onrecht, maar ook over de liefde, natuurlijk.

Afgelopen vrijdag zijn Frans en ik naar een concert geweest van de Venlose zanger Frans Pollux, die samen met zijn band door middel van crowdfunding een cd heeft gemaakt. Op deze cd, Neet vergaete de bloome water te gaeve, staan veel mooie liedjes. Het lied Sprookje doet mij aan de Poppys denken. Aan de onmacht waar je, dag in, dag uit mee te maken hebt. De beelden van oorlogen en honger in de wereld die we al decennialang via de krant, de televisie en sociale media voorbij zien komen. En dan is het toch niet te bevatten dat we nu, veertig jaar verder nog steeds moeten zingen, Nee, nee, niets is er veranderd, alles alles gaat maar door, hé hé…

Schermafbeelding 2016-03-04 om 19.54.17

 

Sprookje

‘Er is een leven voor en een leven na kanker,’ lees of hoor je wel eens. Ik kan me hier wel in vinden want als ex-patiënt word je dagelijks geconfronteerd met de gevolgen ervan. In mijn geval littekens, een gevoelloze borst, schrikken van elk pijntje in je lijf om vervolgens tot de conclusie te komen dat het gewoon buik of spierpijn was, en geen werk meer hebben. Die littekens en gevoelloze borst, daar kan ik goed mee leven. Bij het schrikken van elk pijntje, moet ik leren de hypochonder in me gerust te stellen. Maar geen werk hebben, vind ik misschien wel het zwaarst. Alsof je niet meer deelneemt aan de maatschappij. Gelukkig begin ik deze maand als vrijwilliger bij het hospice.

Schermafbeelding 2016-03-04 om 20.23.05

Maar om even terug te komen op de eerste zin in deze blog, ‘er is een leven voor en een leven na kanker’. Er is ook een leven voor en een leven na het krijgen van kinderen en er is ook een leven voor en een leven na de kennismaking met mijn man Frans. Alle levens verschillen zo van elkaar, waarmee ik alleen maar wil zeggen dat ik niet wil dat die eerste zin mijn leven gaat bepalen.

Change of plans

Er was eens een conductrice die uit het raam staarde en droomde dat ze als docent Frans het verschil zou kunnen maken. Ze combineerde zes jaar werken met een studie en kreeg in die tijd twee kinderen. Na de studie ging ze aan het werk in Onderwijsland, als eerste Zuid. De docente, want dat was ze inmiddels en trots dat ze was, greep alles aan, maar werd meteen in haar begincarrière voor de leeuwen gegooid. Ze kreeg de moeilijkste klassen, omdat een sectie dit beter uitkwam. Ze raakte overspannen en teleurgesteld. Vervolgens begon ze als zzp’er en gaf taalcursussen aan bedrijven en thuis aan de keukentafel. Het lesgeven deed ze met veel plezier, maar ondernemen was niet aan haar besteed. Ze was dan ook verrast, maar ook op haar hoede toen ze opnieuw een verzoek kreeg uit Onderwijsland. 

Onderwijsland West deze keer. Moeilijke tijden werden afgewisseld met mooie tijden en na acht maanden zat de vervanging erop. Vol zelfvertrouwen ging ze aan ’t werk in Onderwijsland Noord, maar liep daar na enkele maanden gillend weg en eenmaal thuisgekomen dumpte ze een halve meter aan schoolboeken bij het oud papier, het alternatief voor de houtkachel. Ze maakte een overstap naar het geven van de Nederlandse taal aan anderstaligen, werkte een tijd met plezier en kreeg weer een verzoek uit onderwijsland West. Vertrouwen in de school, hoop op eindelijk een vaste aanstelling en ook zeker om financiële redenen, wilde ze het nog één kans geven.

Anderhalf schooljaar ging het goed. De docente kreeg steeds meer vertrouwen in haar werk, maar kon zich wel steeds minder vinden in de traditionele manier van lesgeven. En toen werd ze ziek. Werd door onderwijsland West begripvol met rust gelaten, maar het tijdelijke tweede contract eindigde aan het einde van het schooljaar. De docente kreeg de mogelijkheid om na een half jaar ‘misschien’ weer terug te komen. Voor weer een tijdelijk contract dus. Nee, voor haar geen tijdelijke contracten meer. Sowieso was tijd voor haar sinds die zomer iets dat veel te kostbaar was. Die zomer was er een docente Frans die uit het raam staarde en droomde dat ze als zangeres het verschil zou kunnen maken. 

Verschillende werelden

Eens in de zes weken organiseren vrienden van ons, een Frans avondje bij hen thuis. Ik schat dat ze hier zo’n vier jaar geleden mee zijn begonnen. Het idee van een Frans avondje ontstond op het schoolplein waar we elkaar regelmatig troffen. Een avond waarin we op een ongedwongen manier Frans kunnen praten. En dat doen we dus nu al een aantal jaren. Als we compleet zijn, zijn we met z’n zessen. En iedereen kan gemist worden behalve Gilles want hij is de enige ‘native speaker’. Van tevoren spreken we af wie wat meeneemt. Een wijntje, iets lekkers voor bij de koffie en voor bij de wijn. Een gemoedelijke sfeer aan de keukentafel die helemaal past bij, zoals de Fransen het noemen: Joie de vivre. 

Schermafbeelding 2016-02-12 om 17.01.07

En vorige week stelde Petra, een van de zes Franse taalliefhebbers, want francofiel zijn we niet allemaal, voor om bij haar een film te komen kijken. Dat werd La famille Bélier, de film die ik een paar maanden geleden met Chantelle in het filmhuis heb gezien. Een mooie film kun je vaker zien. Er valt je steeds weer iets nieuws op en het mooie aan goed gemaakte films is dat de karakters en het verhaal geloofwaardig zijn. Althans dat vind ik.

De familie Bélier is een gezin met twee kinderen dat op het platteland een melkveehouderij heeft. Bijzonder aan het gezin is dat iedereen, op dochter Paula na, doof is. De muziekdocent van Paula, ontdekt dat zij een groot talent heeft, namelijk zingen. Hij stelt aan haar voor om in Parijs auditie te doen en een muzikale opleiding. Maar zowel voor Paula, die niet beter weet dan dat ze een belangrijke communicatieve schakel in het gezin is, als voor de rest van het gezin, die denken niet zonder haar te kunnen, is het verlaten van de boerderij geen optie. Haar beste vriendin maakt een rake opmerking: ‘Je ouders en je broertje zijn doofstom, maar niet stom.’

Eén scene laat je als kijker even voelen hoe het is om doof te zijn. Tijdens een optreden in de aula van de school, gevuld met ouders, waaronder ook de ouders van Paula, wordt het geluid voor de kijker weggedraaid. Het fragment laat de verschillende werelden van horende met gezichtsuitdrukking ‘oh wat mooi’ en niet-horenden ‘snap jij het?’, duidelijk zien. Een film over volwassen worden en loslaten. Bijgevoegd filmpje is de auditie.

Schermafbeelding 2016-02-12 om 16.51.01

 

Opa Toon

In Grand Café Central, een café-restaurant aan de Markt, gaf Hella me afgelopen woensdagochtend een boek, Het laatste woord, de kunst van leven met de dood, van Gijsbert van Es, redacteur van NRC-handelsblad. Dit boek had ze een tijdje geleden naar aanleiding van een rubriek in die krant gekocht. Een rubriek waarin mensen openhartig praten over de manier waarop zij afscheid nemen van het leven. En nu vond ze het boek op z’n plek bij mij. Een mooi gebaar.

Versie 2

Ik heb een aantal verhalen gelezen en herlezen. Alle verhalen zijn de moeite waard om te herlezen. Als voorbeeld de volgende passage van de heer Meihuizen die in 2011 op zijn 90ste overleed:

“Ik ben opgegroeid in de Nederlands-hervormde traditie. Ik was ooit, omstreeks mijn 20ste, de jongste ouderling van Nederland. Later heb ik me aangesloten bij de zevendedags-adventisten. Daar ben ik opgestapt, meer dan vijftig jaar geleden alweer, toen een voorganger ervandoor ging met het geld en een jongere vrouw van onze afdeling. Dat heeft me voorgoed genezen van het instituut kerk. Het zijn allemaal machtsbolwerken die angst verspreiden om mensen in hun greep te houden – de katholieke kerk net zo goed als moslimgemeenschappen. De bijbel is voor mij een boek van hoop en liefde, niet van hel en verdoemenis.

De vraag wat hierna komt, houdt me niet bezig. Er zal iets zijn – dat voel ik. Ik kan me niet voorstellen dat alle kennis en ervaring die ik in mijn leven heb verzameld bij mijn dood voor de eeuwigheid verloren gaat. In mijn ogen maakt de geest van een mens deel uit van een groter geheel, van een andere dimensie, die wij als mens niet kunnen waarnemen. Ik denk dat die te mooi en te groot is om ons een voorstelling van te kunnen maken. Echt contact met de andere kant is er nooit geweest, dus we kunnen er alleen naar gissen. Aan dergelijke fantasie wil ik niet meedoen, uit respect voor het Grotere, of het Hogere, of hoe je het noemen wilt. En mocht straks blijken dat er helemaal niks is: ook goed, niks is niks – het zal me verder niet raken dan.”

De meeste mensen die hun verhaal vertellen berusten erin, dat ze in de laatste fase van hun leven zitten en dat vind ik mooi. Ook blikken de meeste terug op een mooi leven en zijn dankbaar. Nu ik hierover schrijf, denk ik met pijn aan mijn eigen ouders. Zowel mijn moeder als mijn vader hebben niet terug gekeken op een mooi leven, een leven dat door omstandigheden en keuzes niet zo gelopen was als ze hadden gewild en dat is spijtig. Ook het grote contrast dat daar waar wij, met zes kinderen, bij het sterfbed van mijn moeder stonden, bij mijn vader niemand aanwezig was, doet nog steeds pijn.

En dan kijk ik met bewondering naar mijn schoonvader, opa Toon, die vier jaar geleden op zijn 85ste, na het plotseling overlijden van zijn vrouw op de boerderij, waar hij zijn hele leven al woont, zichzelf heeft leren koken. Die zijn vrouw verschrikkelijk mist, maar net als de heer Meihuizen niets meer heeft met de kerk, maar wel de hoop koester dat hij zijn vrouw Jo ooit weer zal zien. Vorige maand hebben we samen zijn 90ste verjaardag gevierd en was het mooi te zien dat hij ervan genoot. En nu hij afgelopen week geopereerd is aan staar in zijn rechteroog leeft hij weer op.

Gistermorgen zette ik radio 4 aan, net op het moment dat Elysium uit de film Gladiator van de componist Hans Zimmer werd afgespeeld en dacht even aan opa Toon en zijn Jo. En ik dacht aan een van de mooie quotes uit de film Gladiator: ‘I will see you again, but not yet … not yet.’

 

Té toevallig

Ergens aan beginnen, was een paar weken geleden de titel van een van mijn blogs. En daar sta ik nog steeds achter, dat ik ergens aan moet beginnen. Dat ik een doel moet hebben om mijn bed uit te komen. En daar waar ik enkele weken geleden nog schreef, dat ik de touwtjes graag zelf in handen wil hebben en dus zelfstandig iets zou willen beginnen, lukt het me niet om iets op poten te zetten. Te snel afgeleid en een bepaalde structuur in de dag missen. En dan benijd ik stiekem mijn lotgenoten die langzaam weer op hun werkplek terugkeren. Collega’s hebben.

Schermafbeelding 2016-02-12 om 18.37.18

Ik zie het ook maar als winst, dat ik nu inzie dat ik dit toch echt nodig heb. Mensen om me heen. Dus heb ik iemand op LinkedIn die mij een een paar maanden geleden al eens had benaderd voor lessen NT2, maar waar ik toen nog niet aan toe was, laten weten dat ik beschikbaar ben. En dit voelt goed. Misschien is er volgende maand een vacature.

Afgelopen dinsdag ben ik terug geweest voor controle op de afdeling plastische chirurgie. De reconstructie ziet er goed uit. Vanaf nu moet ik wel nog twee maanden viltringen rond de nieuwe tepel dragen. Anders is er kans dat die terugtrekt en dat zou jammer zijn. ’s Nachts weer met een bh moeten slapen vind ik niet fijn, maar ach, die maanden zijn ook zo weer voorbij.

En deze week gebeurde er iets wat ik toch wel heel bijzonder vind. Jaren geleden heb ik al eens met de gedachte gespeeld om te gaan werken in een hospice. Geen idee of ik het zou kunnen, maar op de een of andere manier voelde ik me daartoe aangetrokken. Ik heb me er toen in verdiept, maar vond het uiteindelijk een beter plan om dit te gaan doen als ik zestig was. Waarschijnlijk was ik er nog niet aan toe. En nu raakte ik vorige week tijdens een wandeling aan de praat met Linda, een nieuwe wandelaar bij ons clubje en vertelde ze dat ze als vrijwilliger werkt in het hospice en dat ze op zoek zijn naar vrijwilligers directe zorg. Ik vond het op dat moment al heel bijzonder dat dit zich zo voordeed, maar het vrijwillige aan de functie belemmerde mijn verdere interesse. Met de onzekerheid die er nog steeds hangt aan het werk van Frans, voel ik een bepaalde verantwoordelijkheid om aan betaald werk te komen.

Vervolgens heeft deze ontmoeting en dit gesprek mij aan het denken gezet. Het was mij té toevallig. Dus de volgende dag heb ik Linda laten weten dat ik toch geïnteresseerd was. En nu ben ik afgelopen maandagavond naar een informatieavond, waarin trouwens een helder en eerlijk verhaal werd verteld, geweest. Heb ik woensdagmiddag een persoonlijk gesprek gehad en heb ik donderdagmorgen een telefoontje gekregen dat ze mij graag in hun team hebben en dat betekent dat ik in maart van start kan gaan met de opleiding. Hoe een wandeling soms kan lopen.

Op het puntje van mijn stoel

Afgelopen zaterdag waren we, met mijn koor Quint, uitgenodigd om tijdens het Nieuwjaarsconcert van het jubilerende Weerter Mannenkoor te komen zingen. Eigen repertoire en twee stukken samen met de mannen. Leuk om even te vermelden dat de dirigent van het mannenkoor de partner is van de dirigente van ons koor. Ons kent ons dus, maar het is ook maar een kleine wereld, de koorwereld.

SFA002011186

Het derde muziekgezelschap, een blazersensemble, dat was uitgenodigd was bij onze binnenkomst aan het inblazen en dat klonk erg goed. De heren van het Weerter Mannenkoor en wij hebben een mooi concert gegeven, maar bij de eerste klanken van het blazersensemble TenToon zat ik meteen op het puntje van mijn stoel. Tien jonge enthousiaste mensen speelden zo verdomd goed dat duidelijk te horen was dat ze stuk voor stuk het conservatorium hadden doorlopen. Het eerste stuk dat ze speelden kwam mij bekend voor, maar kon het niet meteen thuisbrengen. In het programmaboekje las ik even later Berlioz, Symphonie fantastique, Un bal. Ja natuurlijk! Een tijdje geleden heb ik kaartjes voor dit stuk voor in het Concertgebouw in Amsterdam gekocht en toen verschillende keren de stukken opgezet. En niet alleen Berlioz, maar ook Tannhäuser Ouverture van Wagner en Orpheus-Poème symphonique van Liszt.

Het was de combinatie van de verrassing en de perfectie die dit tot een bijzonder muziekmoment maakte. En dat terwijl ik eigenlijk niet zo van het vrolijke repertoire hou. De wals die in het stuk wordt gespeeld doet me aan mijn vader denken. Mijn vader hield van vele soorten klassieke muziek, maar ook van het lichtere werk als de operette Die Fledermaus van Johan Strauss. Na het concert een leuk gesprek gehad met een van de leden van het ensemble en het was voor ons leuk te horen dat ze ook verrast waren door ons optreden. Met een wijntje achter de kiezen en een gekochte cd van TenToon in de tas gingen we weer huiswaarts. Toch ook een leuke aanleiding om me vervolgens te verdiepen in het concert dat Frans en ik in april gaan bezoeken.

Gisteren was het 21 januari (eergisteren moet ik zeggen want het is alweer na twaalven) precies een jaar na de diagnose. Van Hella kreeg ik op de vroege morgen een appje met daarin de volgende woorden: 21 januari, een bijzondere dag. Een jaar geleden stond de wereld even stil, geschrokken, geschokt, verbaasd, geleefd, geopereerd, dapper, doordrongen, omringd, genezen, geheeld, leren, lezen, schrijven, ontwikkelen, doorgaan, verder. Ik wens je een mooie bedachtzame dag. Hella.  En dat is het geweest, een mooie bedachtzame dag mét muziek.

 

 

Dreikönigskonzert

Afgelopen zondag, net over de grens in een mooi en sfeervol kerkje in Straelen een Dreikönigskonzert bijgewoond. Voor een klein bedrag krijg je in Duitsland jonge professionele solisten die samen met een professioneel orkest en een projectkoor je een mooie avond bezorgen. Het enige wat jammer was is dat het orgel, dat overigens niet mijn favoriete instrument is, erg aanwezig was. Als eerste werd het Oratorio de Noël van Camille Saint-Saëns uitgevoerd. Het laatste deel, Tollite hostias, hebben wij enkele jaren geleden, tijdens Kerst met Quint gezongen, alleen wist ik niet dat dit gedeelte uit dit Oratorio kwam. Kon ik even in gedachte meezingen.

Schermafbeelding 2016-01-12 om 11.46.32

Daarna werd het Magnificat van John Rutter uitgevoerd. Omdat het eerste werk het meeste indruk op me heeft gemaakt, ben ik op YouTube op zoek gegaan en heb vanmorgen een prachtige Zweedse uitvoering uit 1981 gevonden met de mezzosopraan Anne Sofie von Otter. En dan mag de Kerst net achter de rug zijn, maar deze muziek is net als de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach op alle momenten van het jaar schitterend om naar te luisteren. En dan ga ik het orgel opeens waarderen en dat komt omdat bij een goede en mooie uitvoering alles in balans is.

En dan zijn we alweer terug van het ziekenhuisbezoekje bij de plastisch chirurg. Ik ging erheen met het idee dat een assistent deze kleine ingreep op de bank in de spreekkamer ‘even’ zou doen. Maar tot mijn verbazing was het de plastisch chirurg, de heer Sawor, die de ingreep deed. En ook niet even op de bank in de spreekkamer, maar in een ruime behandelkamer met verschillende assistenten. In mijn gereconstrueerde borst zit geen gevoel en daarom gaf ik aan dat een verdoving misschien niet nodig was, maar omdat je nooit van tevoren weet waar zenuwbanen lopen werd ik plaatselijk verdoofd. Na een klein half uur kon ik me weer aankleden en was het reuze meegevallen. Over twee weken moet ik terug voor controle. Het idee dat ik vanavond nog naar de pilatesles zou gaan vonden de arts en assistenten geen goed plan. En ook volgende week nog niet. Eerst even de controle afwachten dus en dan kan ik weer iets afvinken.

Choeur

Tollite hostias et adorate
Dominum in atrio sancto ejus
Laetentur coeli et exultet terra
a facie Domini quoniam venit
Alleluja